Memmingen (Zuid-Duitsland)
In het Zuid-Duitse Memmingen is een voorstelling van het paard in de wieg (Der Gaul in der Wiege) op
een buitenmuur van een huis in de Altstadt te zien. Het behoort daar tot 1 van de 7 kenmerkende symbolen van de stad.
Er is een sprookje aan verbonden. De tekst van het sprookje zal ik hieronder laten volgen.
Toch is het weer oppassen geblazen, want wat was er het eerst: de tekening of het huidige sprookje.
Zoals met veel van de volksverhalen het geval is, geldt ook hier: het moet als een verklaring ontstaan zijn
voor de gevelsteen in een wat latere tijd toen de betekenis ervan al niet meer bekend was.
|
Memmingen: Der Gaul in der Wiege |
Het sprookje: Der Gaul in der Wiege
Het paard in de wieg
Op een huis in de Kalchstrasse in Memmingen zie je onder een erker
een erg wonderlijk tafereel geschilderd, nl. een paard, dat in de wieg ligt.
Daarover gaat de volgende sage:
Lang geleden was de vrouw van dit huis, ene vrouw Ahne, gestorven
en ze werd, nadat ze de gebruikelijke tijd op een lijkbaar gelegen had, op gebruikelijke wijze begraven. Aangezien men de
rijke vrouw echter haar kostbare ringen en juwelen meegegeven had in het graf, wekte dit de hebzucht van de doodgraver, en
om de kleine juwelen te bemachtigen, schrok hij er niet van terug om het lijk ervan te beroven. Daarvoor liep hij diep in
de nacht met schop en lantaarn naar het kerkhof, opende het graf en daalde met een ladder omlaag.
Maar toen hij het deksel van de doodskist opgetild had en de ringen
wilde pakken, kijk, toen begon de dode te bewegen en richtte zich op. In paniek door zijn slechte geweten, vloog de doodgraver
vol schrik ervandoor, waarbij hij de ladder en de lantaarn achter liet.
De vrouw echter, die schijndood geweest was, klom nu langs de
ladder het graf uit, nam de lantaarn en keerde naar huis terug, waar ze om binnen te komen, aan het schellekoord trok. De
echtgenoot opende op de bovenverdieping een raam en riep naar beneden, wie er zo laat nog aanbelde en naar binnen wilde. “Ja
ik, jouw vrouw!. Maak de deur open.” De man had zich het liefst beetgenomen
gevoeld, maar de bezoekster had wel heel duidelijk beweerd dat zij zijn vrouw was en haar stem klonk hem o zo bekend. Maar
ze hadden haar toch nog maar pas ten grave gedragen en dus wist de man niet hoe hij het had. Dit kan toch niet waar zijn,
dacht hij en hij zei: net zo min als mijn knol in de wieg ligt, net zo min ben jij mijn vrouw. Toen antwoordde de teruggekeerde
vrouw: ‘net zo waar als er nu een paard in de wieg ligt, net zo waar ben ik je
vrouw.’
En kijk, er lag echt een paard in de wieg tot groot verbazen van
de omstanders, die nu geen twijfel meer voelden om deze wonderlijke gebeurtenis en de opgestane werd met blijdschap weer in
huis opgenomen.
De vrouw leefde daarna nog 3 jaar aan de zijde van haar man en
baarde hem zelfs nog een kind. Tot aandenken aan die wonderbaarlijke redding werd naderhand de genoemde wiegafbeelding op
de muur aangebracht. Toen men in een latere tijd de afbeelding had laten weghalen, begon het ‘s nachts in het huis
te spoken, zo wordt er verteld, en toen heeft men de afbeelding maar weer opnieuw laten aanbrengen, zoals je nu nog steeds
kunt zien.
Bron:
Allgäuer Sagen, uit: K. A. Reisers "Sagen, Gebräuche und Sprichwörter des Allgäus" uitgekozen door Hulda Eggart, Kempten und
München 1914, Nr. 5, S. 9 - 11. Vertaling: Ben Veldstra.
Verklaring afdoende?
Net als de 17e-eeuwers zullen we het nooit precies weten.
Er is sprake van een paard in de wieg, van een man met een ezelskop op de kansel en een kat op de rand van
de wieg. En dat ingemetseld in steen in de Amsterdamse stadskerk. Met daarnaast in het Middeneuropese gebied
(Zuid-Duitsland en Tjechie) een paar oude voorstellingen op muren met verwante voorstellingen.
Hopelijk heb ik terecht linken gelegd tussen het geloof der voorvaderen, het christelijke geloofsmonopolie
en de geuzennaam voor de plekken van losse zeden.
Maar we zien ook hoe in Memmingen een volksverhaal rond een Duitse gevelsteen het symbool weer ontdaan
heeft van zijn vroegere betekenis en het gekoppeld heeft aan een soort opstanding uit de dood.
— Het is geen kleine zaak, een paard in de wieg e.d., gezegd van menschen die een grooten mond hebben, overdrijven,
snoeven.
Zo wordt het thema beschreven in het
Woordenboek der Nederlandse taal.
|