
|
Utrecht: wildemannen in flankerende positie (18e eeuw) |
Hier in Utrecht zien we in dit tympaan 2 zogenaamde wildemannen, gewapend
met knotsen. Ze zijn behalve voorzien van lang hoofdhaar, verder niet speciaal behaard. Vergelijkbare beelden van de grote
Griekse goden maken het aantrekkelijk om ook dit paar te zien als een klassiek godenpaar. Maar is dit wel zo?
De klassieke connectie
Behalve de goden van de Olympos kenden de Grieken ook nog tal van lagere goden, faunen, nymphen
en demonen. Sommige van hen hielden zich op in wouden of op bergtoppen, anderen in rivieren, in bronnen of in
de wijde zee. Tezamen vormden ze een verklaring voor de onberekenbare uitvallen van de natuurkrachten.
Je deed er (in de oudheid) altijd verstandig aan, wilde je bijv. een rivier oversteken, om de daar
verblijvende onzichtbare wezens te respecteren en zo mogelijk een offer te brengen, een gebed te zeggen of iets te plengen
voor de lokale godheid.
Duivels
Om het vroegere geloof in discrediet te brengen, werden uitdossingen, zoals bij de Dyonysosfeesten,
toegeschreven aan de duivel. Hoorns, bokkepoten, klauwen, een grote penis en een staart hoorden daar b.v.
bij. Maar ook een zeer harige huid.
Nu zien we die harige huid ook vaak bij de riviergoden en nymphen, waarmee de Grieken hun angstaanjagend
of soms juist lieftallig verlokkend uiterlijk wilden benadrukken. Dit met de bedoeling dat de mensen hen destemeer zouden
vrezen en eerbiedigen.
scan aangereikt door Jan van Hoek |

|
1609: De duivel beschildert een hart. Wellust bindt een strik rond het nietsvermoedende slachtoffer |
De Romeinse erfenis
Het is goed mogelijk dat in de smeltkroes van de Longobardische kunst, die in Noord-Italie tussen 600 en
1000 opbloeide, er al een soort vermenging is opgetreden tussen Germaans en klassiek. Wellicht vinden we daar nog sprekende
voorbeelden van.
Wat we zien is, dat Romaanse en Gotische kunstenaars in Europa deze harige wezens graag als versieringsobject
gebruikten in de beeldende kunst.
Schildhouders
We moeten wel even nadrukkelijk stilstaan bij een paar bijzondere documenten, die zijn ontstaan in Bohemen
(Tsjechië) tegen het eind van de 14e eeuw. De jonge monarch Wenceslas IV (Vaclav) sympathiseerde met de stroming
van de moderne devotie (een kritische richting binnen de toenmalige katholieke kerk) voorafgaand aan de feitelijke reformatie.
Vergelijk bij ons Erasmus, die daar ook toe gerekend kan worden. Koning Wenceslas liet een bijbelvertaling in het duits maken,
die hij liet illustreren met voor die tijd uiterst kunstig uitgevoerde miniaturen. Naast afbeeldingen
die op het bijbelverhaal slaan zijn er in de kantlijn en rond de hoofdletters tal van drôlerieën getekend.
In deze Wenceslasbijbel (ca. 1400), waarvan het origineel in Wenen wordt bewaard in het Österreichische Staatsarchiv, worden veelvuldig harige wezens
opgevoerd om de tekst te verluchtigen. Zo zien we 2 harige wildemannen als 'schildhouder' aan weerszijden van
een aanvangsletter.
Dit type zwaar behaarde wildemannen, nog niet omgord door bladerkransen om hoofd en lendenen, behoort tot
de oudste categorie schilddragende wildemannen.
Wenceslasbibel-facsimile: scan: Jan van Hoek |

|
ca. 1400: wildemannen in positie van 'wapendrager' |
En ook hier is in de Wenzelbijbel op gotische wijze bijzonder fraai een wildeman
vormgegeven als letterversiering.
Wenceslasbibel-facsimile: scan: Jan van Hoek |

|
ca. 1400: wildeman als omlijsting van een badscene. |
De blauwe doek, die deze wildemannen om hun hoofd geknoopt hebben, is een bijzonderheid
die we speciaal bij Wenzeslas tegenkomen. Over de juiste betekenis verschilt men nog van mening. Een van de verklaringen is
dat de geknoopte blauwe doek een verbinding van (huwelijks-)trouw moet uitbeelden.
We zien de geknoopte doek (zie plaat hieronder) rechtsonder op de bijbelpagina waar God Eva schept uit de
rib van Adam. Maar op andere pagina's kan het betrekking hebben op de relatie van een persoon tot de koning, waarin eveneens trouw
en aanhankelijkheid wordt benadrukt. Dit kan dan een persoonlijke intieme band zijn, maar ook de loyaliteit van onderdanen
tot de koning. Wat voor die huwelijkstrouw pleit is de plaats van de blauwe geknoopte doek precies naast de opmerking:
Adam
sprach, das bein nu uz meinen beinen und vleisch uz meinem vleische, die wirt geheissen ein mennynne, wenne sie ist aus dem
manne genumen. Umb dise dinck wirt der mensch lasen vater unde muter und wirt anhangen seiner hausvrowen, und werden tzwei
sein in einem vleische. (bovenstaande gegevens zijn op basis van info van wildemankenner: Jan van Hoek).
scan: Jan van Hoek |

|
Wenzelbijbel: schepping van Eva |
De tekst op de banderolles, die hier door ijsvogels in de lucht gehouden
wordt, luidt vertaald: "deze
hier, hoort bij die daar".
Wat in deze figuur ook zo opvallend is, is hoe de acanthus hier al volop wordt toegepast als versieringselement op
een uitbundige manier die we vooral van later tijd kennen.
scan: Jan van Hoek |

|
vereniging van 2 bij elkaar horende elementen |
En ook op deze pagina van de Wenzelbijbel (zie plaat hieronder) zien we weer twee wildemannen als schildhouder
optreden.
scan Jan van Hoek |

|
Wenzelbijbel: De torenbouw van Babel |
En in detail ziet deze wildeman er zo uit. Zie prent hieronder.
scan Jan Van Hoek |

|
1400: Wenzelbijbel: toren van Babel |

|
Wildemannen op de misericordia van een koorbank |

|
Wildeman op misericordia van koorbank |

|
Wildeman op misericordia van Middeleeuwse koorbank |
|